Stichting "Cultuurhistorische Waarden in de Drentse Veenkoloniën"

Historie

Pieter Klein, van veenarbeider tot politiecommandant.

De familie Klein was met veengebied in Valthermond verweven. Vader Eit Klein en moeder Anna van der Lei waren ook in het veen werkzaam.

Een foto gemaakt omstreeks 1925 tijdens het werk in het veen in Valthermond.


Op de achterste rij op het schip staan
v.l.n.r. 1. Anna Klein - van der Lei 2. mevr. Popken 3. Boukje Blanken-Pak 4. Jantje Leeuwinga 5.Willem Zweep 6. Jan Popken
Voorste rij: 1.Harm Kiewiet 2. Eit Klein 3. Koenraad Leeuwinga 4. Linie Idema 5. Harmina Leeuwinga

Zelfs de grootouders van Pieter, Reinder Klein en Tjietske Poelman werkten in de Valthervenen. De familie Klein heeft meegewerkt aan de veenafgraving in ons dorp, van Valthermond-oost, en het eindigde in Valthermond-west. In 1940 werkte de familie Klein nog op plaats 93 aan het Noorderdiep. Toen het veen in Valthermond was afgegraven heeft Pieter zijn vader in het Exloërveen in 1941 een perceel veen gekocht dat nog moest worden ontgonnen. Pieter werkte nog tot 1945 mee in het veen met zijn ouders. Omdat er in het veenbedrijf geen toekomst meer zat moest Pieter omzien naar ander werk. Net zoals de vele gezinnen uit Valthermond vertrokken ook zijn twee broers Derk en Reinder uit het veengebied met hun gezin naar verre oorden. Derk emigreerde op 16 oktober 1954 met zijn gezin naar Australië en zijn broer Reinder volgde hem op 13 december 1955.

Studeren was er in de oorlogsjaren niet bij en Pieter had alleen maar de lagere school en een cursus Algemene Ontwikkeling. Zijn politieloopbaan begon niet op een politieschool maar gewoon door met oudere politiemensen op patrouille te gaan. In 1945 kwam Pieter bij de marechaussee in Zweelo. In 1946 werd de taak van de Koninklijke Marechaussee over genomen door de Rijkspolitie en kwam er een gedegen opleiding voor de politiemensen die na de oorlog werden aangesteld. Daarvoor ging Pieter zes weken naar Groningen. En door zelfstudie kwam Pieter ook nog in het bezit van een politiediploma. Op zijn dertigste was Pieter een van de jongste die over de nodige papieren beschikte. In de na-oorlogse jaren was er grote toeloop van personeel en de bevorderingsmogelijkheden was niet erg groot. Toch werden zijn studieresultaten beloond. Na zijn overplaatsing naar Rolde volgde zijn benoeming in 1964 tot Postcommandant in Abbekerke en in 1968 plaatsvervangend groepscommandant in Coevorden. Twee jaar later volgde een overplaatsing in de zelfde functie naar de groep in Borger. Ook na de fusie van de groepen Borger en Odoorn, in 1976, zat de toenmalige opperwachtmeester Pieter Klein daar op de dezelfde post. Pieter werd wel bevorderd tot Adjudant. En aan het eind van zijn politieloopbaan, hij had nog vijftien maanden te gaan, volgde zijn benoeming op 1 maart 1979 als groepscommandant. In mei 1980 nam commandant Pieter Klein afscheid van de rijkspolitie Borger.

Pieter heeft in zijn loopbaan heel veel meegemaakt, wat hij zich nog goed kan herinneren is de stormramp in Zeeland. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 breken de dijken door in Zuidwest- Nederland. Een vreselijk noordwesterstorm met orkaankracht raast over het land en de zee. Alhoewel die rampzalige overstroming nu in 2013 alweer zestig jaar geleden is kan Pieter zich dat nog als de dag van gisteren herinneren, zijn echtgenote maakte hem die nacht wakker met de mededeling dat hij moest opstaan want ze moesten helpen in een zwaar geteisterde overstromingsgebied in Zeeland. De hulpverleners zijn toen met de bus vertrokken richting Zeeland. Pieter en de andere hulpverleners verbleven daar enkele weken en boden hulp daar waar nodig was. Voor deze hulpactie van de Rijkspolitie heeft Pieter een veelzeggende oorkonde ontvangen, zeker de moeite waard om die hier te laten zien. Veenbranden

In die jaren heeft Pieter ook nog enkele veenbranden meegemaakt. Gelukkig niet zo’n fatale veenbrand als die van 21 mei 1917. In het veen werden door de veenarbeiders veelal koffie gezet op een vuurtje van enkele turven. Dit was in een droge voorjaar, met de kans op een veenbrand, zeer gevaarlijk. En ook stonden er in de maanden april, mei en juni, vele stoommachines voor het maken van baggerspecie en persturven. Deze machines werden gestookt met turf en kienhout. Tijdens het draaien van deze machines kwamen uit de schoorsteenpijp vonken vrij, die ook gevaar op leverden voor beginnende veenbranden. Bij brandgevaarlijke omstandigheden werden er aan masten korven gehesen. Dit was het teken dat er geen koffievuurtjes mochten branden en dat de stoommachines stil moesten staan en het vuur diende te worden gedoofd. Voor het naleven hiervan werd gecontroleerd door de gemeenteveldwachter. In de tijd van Pieter was dat veldwachter Zikken. Deze had als bijnaam, “ Vonkenvanger ”. Dat het ondanks deze maatregelen nog wel eens mis kon gaan, bleek uit meerder veenbranden, die Pieter heeft meegemaakt. Deze konden echter worden geblust voor het zich tot een grote omvang kon uitbreiden. Daar zijn ouders de rampzalige veenbrand van 1917 hadden meegemaakt waren zij doodsbang voor vuur in droge tijden. In 1928 deed zich ook zo’n dreigende brand voor. Hij weet nog dat zij als kinderen van school werden gehaald om zo snel mogelijk te kunnen vluchten.

Om nog even terug te gaan naar het verleden, heeft Pieter enige gebeurtenissen aan het papier toevertrouwd die weergeven hoe de situatie was te tijde van de grote veenbrand van 21 mei 1917. Uiteraard heeft Pieter de veenbrand niet zelf meegemaakt, maar de gegevens heeft hij rechtstreeks van zijn ouders meegekregen. Zijn ouders woonden ten tijde van de veenbrand in de dubbele woning aan het Noorderdiep op plaats 92. De andere helft van deze woning werd bewoond door zijn oom Derk van der Lei en zijn vrouw Janneke Vos met hun drie kinderen. Ook de ouders van Pieter hadden inmiddels drie kinderen. Beide families waren bezig met het laden van een schip met turf. Nadat het schip bijna volgeladen was brak er brand uit in het Weerdingerveen. Er stond die dag een harde droge Zuid -Oosten wind. De rook dreef in de richting van Valthermond en ook het vuur kwam steeds dichterbij. Op een gegeven moment stopten de scheepsladers met hun werk om naar huis te gaan. De schipper Eildert Brands, wilde dat zijn schip meegenomen werd naar het hoofdkanaal. Pieter zijn vader verhaalde dat zij met meerdere mensen het schip nog een eind hadden voortgetrokken. Het vuur naderde echter zo snel dat zij besloten met spoed naar huis te gaan. Ze hebben schipper Brands ook nog aangeraden om te vluchten maar deze gaf te kennen dat hem niets kon overkomen in zijn ijzeren schip. Toen vader Eit Klein thuis kwam hebben ze de kinderkruiwagen gereed gemaakt voor het jongste kind Reinder, van bijna 6 maanden oud. Met daarin nog wat waardevolle spullen en eten. Moeder Anna Klein ging daarop met de drie kinderen, Reinder en Tjitske in de kruiwagen en de oudste dochter Jantje lopende naast haar moeder, richting Exloo. Naar het zandgedeelte, daar was het veilig. Alle bewoners vertrokken lopende en of fietsende voor het vuur uit om in veiligheid te komen. Vader bleef nog even achter om wat spullen in het kanaal voor hun woning te leggen om het veilig te stellen. Zo ook een spekkist met daarin zijden spek. Toen moeder onderweg was met de drie kinderen heeft een bekende van haar, aangeboden om de oudste mee te nemen achter op de fiets. Dan kon moeder sneller lopen. Van dit aanbod maakte moeder dankbaar gebruik en later in Exloo vonden ze elkaar terug en ook vader voegde zich weer bij zijn gezin. Zij hadden het allemaal zonder letsel overleefd. Slechter was het afgelopen met hun naaste buren het gezin van Derk van der Lei. Ook zij liepen voor het vuur uit, maar zij zijn door het verstikkende rook elkaar kwijt geraakt. Zijn vrouw Janneke Vos, was ook vooruit gelopen met de kinderen. Ze verdwaalden en is in het brandende veen achter gebleven met de drie kinderen. Zij heeft de kinderen nog bedekt met natte turven. Toen de brand over was vond men hen met ernstige brandwonden. De twee jongste kinderen waren overleden. Moeder Janneke en haar oudste dochter leefden nog. Het meisje had alleen brandwonden aan haar hand, maar moeder die ook nog in verwachting van haar vierde kind had zeer ernstige brandwonden. Pieter zijn oom Derk wilde dat zijn vrouw naar het ziekenhuis zou worden gebracht maar de dokter vond dit niet nodig. Dus werd zij naar huis gebracht om daar te genezen en te bevallen. Er moest bij haar gewaakt worden. Dit gebeurde om de beurt door familieleden. In de nacht van 26 op 27 mei 1917 was de bewaker in slaap gevallen. In die nacht beviel zij en is kort daarop gestorven evenals het kind. Niemand heeft gezien wat zich daar heeft afgespeeld. Janneke was 24 jaar oud. Haar man bleef met één dochter achter. Pieter vind het nog altijd onbegrijpelijk dat de dokter zijn tante Janneke niet naar het ziekenhuis heeft laten gaan. Vermoedelijk speelde hier in mee het hoge kostenplaatje dat ziekenhuisopname met zich meebracht een rol. De meeste gezinnen waren armlastig en verzekeringen kende men niet.

Door deze brand zijn 16 mensen om het leven gekomen, waaronder Pieter zijn tante en twee neefjes. Ook het schippers gezin met zes kinderen hebben het niet overleefd. Toen de lading turf vlam vatte, werd het ijzeren schip zo heet dat het ijzer uitzette waardoor het gezin de deur niet meer kon openen van de kajuit en zijn ze levend verbrand. De resten zijn later verkoold terug gevonden.

Het uitgebrande ijzeren schip waarin acht mensen het leven verloren.

Herdenking Veenbrand 21 mei 1987 Zeventig jaar na de grote veenbrand vond er een herdenkingplaats op begraafplaats - oost in Valthermond. De plaats waar de slachtoffers uit Valthermond ten gevolge van die fatale veenbrand lagen begraven. De meeste graven waren al geruimd, maar het grafmonument van Janneke Vos kon nog net op tijd worden achterhaald. Het lag al klaar op een hoop afval en is door medewerkers van geschiedenisgroep Valthermond meegenomen en gerestaureerd. Het werd als blijvend monument ter nagedachtenis aan de veenbrand van 1917 door burgemeester J.J. van Zorge onthuld. Ook een jongere zuster van Janneke, Cornelia Geziena Vos, Pieter zijn schoonmoeder, was bij de plechtigheid aanwezig en legde samen met de burgemeester bloemen bij haar zusters graf. Ook aanwezig waren vele nog levende familieleden en nakomelingen.

21 mei 1987, Burgemeester J. J. van Zorge en Cornelia Geziena Vos leggen bloemen bij het graf van Janneke Vos.

Nawoord

Pieter Klein maakt ook nog de opmerking van “ als je na gaat wat ik toch allemaal in mijn leven heb mogen meemaken”, nu daar heeft hij volkomen gelijk in. En gelukkig hebben we Pieter Klein leren kennen als een fijn en eerlijk mens waar wij als Valthermonders trots op mogen zijn. Dankzij hem gingen we met hem mee terug naar het verleden in het heden.

Einde verhaal

Verhaal deel 1

Klik hier voor deel 1

Verhaal deel 2

Klik hier voor deel 2