Stichting "Cultuurhistorische Waarden in de Drentse Veenkoloniën"

Pieter Klein, van veenarbeider tot politiecommandant.

Deel 1

Pieter is geboren op 2 mei 1920 te Valthermond, gemeente Odoorn. Hij was het vierde kind in het gezin van Eit Klein en Anna van der Lei. Pieter had twee oudere zussen en een oudere broer. Na Pieter zijn er nog twee zussen en twee broers bij gekomen. Het gezin woonde toen in een dubbele veenarbeiders woning op plaats 92 aan het Noorderdiep 39 te Valthermond. Veenplaats 92, zoals de plaatsen tussen de wijken werden genummerd, was in die tijd enige jaren aan “snee”, in ontginning. Plaats nr. 96 was de laatste plaats in Valthermond, daarna ging het veen geleidelijk over naar het zandgebied van de Hondsrug. De woning stond op plusminus vijf meter van het pas gegraven Noorderdiep. Over dit hoofdkanaal “ daip” lagen voetgangersbruggetjes van de weg naar de woningen. Deze weg bestond uit zand van het uitgegraven kanaal. Jaren later is deze weg verhard. De naast gelegen zijkanaal “wijk” was nog in ontginning. Een gedeelte was reeds gegraven en ieder jaar werd er een stuk van ongeveer honderd tot tweehonderd meter verder uitgegraven. Dit gebeurde gelijk op met de ontginning van het hoogveen. De kanalen en wijken werden door arbeiders met de schop gegraven. In de gegraven kanalen waarin op een bepaalde diepte welwater binnen stroomde, dan werd met een baggermachine het kanaal op diepte gebracht

Gezicht op plaats 92 aan het Noorderdiep, met huis boven rechts waar Pieter tot 1928 heeft gewoond

Op veenplaats 92 hebben zijn ouders vele jaren het veenwerk verricht. Het gezin heeft tot 1928 in de woning op plaats 92 gewoond, Pieter was toen acht jaar. Door gezinsuitbreiding, het vijfde kind was geboren en de zesde was opkomst, werd de woning te klein. Door hard werken en zuinig leven hadden zijn ouders zoveel gespaard en Pieter zijn vader had zich inmiddels opgewerkt tot zelfstandige vervener. Vader kon zich dan ook veroorloven een burgerwoning te kopen aan het Zuiderdiep 8 op plaats 96. Deze woning was gebouwd in Pieters geboorte jaar 1920. Naast deze woning stond de woning van de hoofdonderwijzer meester Lambertus Jeuring. In die tijd, de 20e jaren van de vorige eeuw in acht genomen, woonden het gezin dus op “stand”. Naast de meester woning stond de in 1926 gebouwde openbare school 96. Deze woningen en de school werden als het ware ingesloten door het nog niet afgegraven hoogveen.

School 96 met de onderwijzerswoning van meester Jeuring en ernaast het huis van het gezin van Eit Klein.

Achter de school boven op het hoogveen stonden nog twee zeer kleine bouwvallige veenhuisjes. Deze werden bewoond door de families De Boer en Eringa. In de 30e jaren van de vorige eeuw zijn deze huisjes afgebroken om het onderliggende hoogveen te kunnen afgraven. De dalgronden werden daarna geschikt gemaakt voor bouwgrond. Dit gebeurde door de bovenste laag bolster veen te vermengen met ongeveer een 10 cm laagje zand. Hierdoor kregen zijn ouders de beschikking over een grote tuin ( een heem of haim, zoals dat in de volksmond werd genoemd). Zij verbouwden daarop vrijwel voor het hele jaar hun aardappelen, bonen en groenten. Moeder Anna werkte in die tijd niet meer mee in het veen. De tuin werd door haar onderhouden en wij als opgroeiende kinderen moesten naar schooltijd haar daar bij helpen, aldus Pieter. Er zijn hem nog enkele herinneringen bijgebleven uit de jaren dat Pieter aan het Noorderdiep woonde. Toen de moeder van Pieter nog meewerkte in het veen, moest zij ‘s morgens eerst de oudste kinderen klaar maken om naar school te gaan. Dan pannenkoeken bakken, brood klaar maken enz.. Vader Eit was dan al vele uren aan het werk in het veen. Het werk in het veen begon meestal met zonsopgang. In de zomer was dit meestal om vier of vijf uur. Hij weet nog dat moeder dan met de jongste in een tot slaapplaats omgebouwde veen-kruiwagen naar zijn vader naar het veen ging en ze nam gelijk ook pannenkoeken mee. Pieter ging dan als 4-jarige lopende met zijn moeder mee. In de kruiwagen lag zijn jongere zuster. Ook de geit moest mee, deze werd met een lijn aan de kruiwagen vastgemaakt. Bij het werk op het veen aangekomen werden eerst de spekpannenkoeken verorberd. De sik werd vastgezet op een begroeide plaats. Vader en Moeder gingen daarna samen verder werken en Pieter ging spelen. Gelukkig waren er soms meerdere kinderen. Een favoriete plek voor hen om te spelen was vooral in de buurt waar men een wijk aan het graven was. Heerlijk konden zij daar spelen met zand en water, kuilen graven en dan vullen met water, net zoiets als kinderen dat nu aan het strand doen. Deze jeugd herinneringen kwamen naar boven toen Pieter met zijn kinderen in 1956 voor het eerst op vakantie ging naar Ameland. Hij zag dat zijn eigen zonen zich opperbest vermaakten aan het strand met zand en water en zijn gedachten gingen onwillekeurig terug naar de tijd waarin hij zelf met het zand zat te spelen bij de wijkgravers.

Verhaal deel 2

Klik hier voor deel 2