Stichting "Cultuurhistorische Waarden in de Drentse Veenkoloniën"

Historie

Pieter Klein, van veenarbeider tot politiecommandant.

Deel 2, voor het eerst naar school

Namen van links naar rechts.

Achterste rij: 1. Onbekend 2. Onbekend 3. Geesje Zuid-van Klinken 4. Onbekend 5. Onbekend 6. Gos Roelsma 7. Jantje Knigge. 2e rij: 5. Jan Klein 3e rij: 1. Onbekend 2. Stientje Pruim 3. Tjitske Klein 4. Trientje de Graaf 5. Jantje Haak 6. Jantje Klein 7. Onbekend 8. Onbekend. 4e rij: 6. Douwe Haak 7. Jan van Klinken. Onderste rij: 1.Eltje de Graaf 2. Sieger Wiffers 3. Durk Dijkstra 4. Onbekend 5. Onbekend 6. Onbekend 7. Romke Knigge 8. Onbekend 9. Linie Wiffers.

Deze houten school stond eerst op plaats nr. 80 aan het Zuiderdiep maar naarmate de vervening vorderde richting Valthermond-west werd ook het schoolgebouwtje verplaatst in westelijke richting, naar achter in de Mond.

Pieter was zes jaar toen hij met zijn oudere broer en zuster naar deze school ging. Onder deze houten school zat een ruimte en aan de achterkant zat een gat waardoor ze onder het klaslokaal konden komen. Eens moest een jongen voor straf op de gang staan. Na enige tijd werd een brommend geluid gehoord in de klas. Dan was het weer een poos stil en dan opeens begon het weer. De hele klas zat gespannen te wachten en de meester kom er geen verklaring voor geven. Tot dat hij opeens op het idee kwam om de jongen uit de gang te halen. De jongen was in het geen velden en wegen te vinden en was het raadsel van het gebrom snel opgelost. Een minder prettige herinnering heeft Pieter aan het voetgangers bruggetje dat toegang verschafte naar zijn toenmalige ouderlijke woning. Dit was een draaibrug en als er schip doorging gebeurde het wel eens dat de brug niet ver genoeg werd dicht gedraaid, waardoor er een opening ontstond tussen de brugleuning en het begin. Pieter schijnt toen achteruit door die opening te zijn gelopen en is in het water terecht gekomen. Gelukkig zag een buurman dit en heeft hem er weer uitgehaald. Zijn redder van de verdrinkingsdood was een zekere Niemeijer. Tot zijn achtste jaar heeft Pieter les gehad in de houten school. In 1928 gingen zijn ouders verhuizen naar het Zuiderdiep op Plaats 96 en ging hij naar de nieuwe school naast hun woning.

Ook de leerkrachten en de oudercommissie staan hier met gepaste trots voor de deur van de nieuwe school in september 1926.

Namen van links naar rechts.

Achterste rij: 1.Berend Davids 2. Bernardus Jonkman 3.Eit Klein (vader van PieterKlein) 4. Koene Fokkema 5. Willem koops 6. Bate Idema 7. Johannes Hummel Voorste rij: 1. Hendrik Weitering 2. Juf van der Berg 3. Meester Jeuring (hoofd van de school) 4. Meester Wieldraaier.

Foto van opening School 96 op 9 september 1926.

Namen van links naar rechts.

Achterste rij: 1. Ab Mulder 2. Kokie van der Heide 3. Jan van der Heide 4. Wip Koops 5. Lucas Koops 6. Zus Mulder 7. Hendrik Bos 8. Oetse Bos 9. Oetse van der Heide. 2e rij: 1. meester Wieldraaijer 2. ….. van der Heide 3. Hendrik van Klinken 4. Pop van Klinken 5. Hendrik van Klinken 6. Zus van der Heide 7. Hendrik van der Heide 8. Klaasje van der Heide 9. Jan Koops 10. Hendrik van der Heide 11.Geesje Lassche 12. Meester Lambertus Jeuring. 3e rij: 1. Martje van der Heide 2. Zus Mulder 3. Zus Bos 4. Jantje Oost 5. Hendrik van Klinken 6. Teunis Lassche 7. Juf Van der Berg 8. Feitse Lassche 9. Elsina van Klinken 10. Klaasje van Klinken 11. Antje Kuipers 12. Ester Kuipers 13. Geert Katoen.

Als Pieter s’morgens wat laat was kon hij zo via de achterdeur over een scheidingshek springen en was hij bij de schooldeur. Ook uit deze tijd herinnerd hij zich nog dat ze een voetbalveldje hadden op het hoogveen naast de school. Met warm weer gingen ze zwemmen in één van de wijken die naar de Hondsrug liepen. Dit water was toen nog helder, het werd ververst door het water vanaf de Hondsrug. Daar heeft hij leren zwemmen met twee bolsterturven om hem drijvende te houden en dat allemaal in je blootje. Zwemkleding kenden ze in die tijd niet. Werken in het veenbedrijf van zijn vader.

Op veertien jarige leeftijd mocht hij van school en vanaf die tijd tot zijn vijfentwintigste ging Pieter werken in het veenbedrijf van zijn vader. Vóór die tijd verrichte hij ook al wat lichte werkzaamheden in het veen, zoals na schooltijd, op de vrije woensdagmiddag en in de schoolvakanties. De dag na zijn veertiende verjaardag hoefde hij niet meteen mee naar het veen. Hij mocht de hele dag thuis blijven en kon mooi de wc-bak leeg maken. In het schuurtje bevond zich de wc met een grote vergaarbak eronder.

Deze bak strekte zich uit tot buiten de schuur en was daar met een houten deksel afgesloten. Het leeg maken van die bak gebeurde met een schepemmer en de inhoud werd op de mesthoop geloosd, mede gevormd door varkensmest. Er worden namelijk ieder jaar twee varkens gemest in een hok naast de wc. Eén varken werd geslacht in de herfst en de andere varken in het voorjaar. Het slachten gebeurde door de plaatselijke slager W. Niemeijer, aan huis. Gelukkig mocht Pieter de volgende dag weer mee werken in het veen, in de frisse lucht. Dit heeft hij elf jaar gedaan. Zijn vrije tijd was in een winter periode, wanneer het zodanig vroor dat de kanalen zelfs bevroren waren en er in het veen niet kon worden gewerkt. Altijd maar hopen dat er vorst kwam, ze waren dan vrij en konden gaan schaatsen. Wel gingen Pieter samen met zijn oudste broer in de winter enkele uren per dag hout kappen met bijlen. Dit kienhout kwam ieder jaar vrij met de vervening. Dit hout werd door de bakkers gebruikt voor het verwarmen van de ovens. Het gekapte hout werd, als de kanalen vrij waren van ijs, met een praam (een platte open boot), vervoerd naar bakker Baas aan het Zuiderdiep. De opbrengst van dit hout mochten ze zelf houden.

Vervolg in deel 3

Klik hier voor deel 3

Verhaal deel 1

Klik hier voor deel 1